Na de verkiezingen is het zaak dat de partijen met zetels in de gemeenteraad een college van B en W samenstellen dat op een meerderheid in de raad kan rekenen.

Mede op verzoek van het CDA is daarvoor eerst een algemene verkenning gedaan door een informateur. Opsterlands Belang heeft als grootste partij de heer Han Hage voorgesteld hetgeen instemming van allen kreeg. Na deze verkenningen heeft hij een adviesbrief gestuurd. Hieronder is de inhoud afgedrukt. Intussen is formatie verdergegaan in oriënterende besprekingen tussen OB CDA en CU waaraan namens het CDA Wietze Kooistra en Tineke Jagersma deelnemen.

 

 

Aan de fractievoorzitter van Opsterlands Belang, de heer S. Marinus 

Maastricht, 22 maart 2010. 

Geachte heer Marinus,

Op 8 maart jl. gaf u mij de informatieopdracht aangaande de coalitievorming in Opsterland voor de periode 2010-2014. Voor de volledigheid, de opdracht luidde:

"Welke samenstelling(en) van het Opsterlandse 2010 — 2014 kan (kunnen) rekenen op een voldoende en solide steun vanuit de raad?

Houdt hierbij in elk geval rekening met de onderstaande 2 aspecten:

a. De noodzakelijke bezuinigingen op de gemeentelijke begroting die voorde komende 4 jaar worden verwacht

b. Een belangrijk aspect voor het nieuwe college 2010 —2014 is de leefbaarheid in alle Opsterlandse dorpen".

In deze brief geef ik mijn bevindingen weer als antwoord op uw opdracht. 

Ik heb kennis genomen van de verkiezingsprogramma's van alle zeven in de raad gekozen partijen en van de uitslag van de verkiezingen en de zetelverdeling. Daarna heb ik gesprekken gevoerd met twee vertegenwoordigers van elke fractie, waaronder de fractievoorzitters. Bij deze gesprekken heb ik de volgende uitgangspunten gehanteerd: alle uitgewisselde informatie heb ik als vertrouwelijk beschouwd en ook als zodanig verwerkt. Ik heb mezelf neutraal opgesteld ten opzichte van de partijen, waarbij ik me onthouden heb van een inhoudelijke mening over de besproken onderwerpen. Een en ander binnen de kaders van de opdracht.

Lopende het proces heb ik gekozen voor een tweede gesprek met de fracties van OB, PvdA en CDA om over enkele punten voor mezelf meer duidelijkheid te krijgen.

Bovendien heb ik met de fractievertegenwoordigers van alle partijen de mogelijkheden van

bezuinigingen onder de loep genomen. Dit niet met het oog op een inhoudelijk oordeel, maar als

middel om de onderlinge standpunten ten aanzien van bespreekbare en onbespreekbare zaken in de

Opsterlandse politieke realiteit duidelijk te krijgen.

Voorts heb ik me verdiept in de politieke verhoudingen, zoals die tot uitdrukking komen in de zetelverdeling van de raad. Deze ziet er als volgt uit.

            OB      PvdA   CDA    CU      VVD    OL       D66     FNP

2010    7          5          4          2          2          2          1          0

2006    6          7          3          2          1          1          0          1

Gegeven de nieuwe verhoudingen heb ik gezocht naar de mogelijke samenstelling van een college dat voldoende en solide steun in de raad heeft. Daarbij heb ik rekening gehouden met een noodzakelijk commitment, zowel in het college als in een raadsmeerderheid om een zo daadkrachtig mogelijk gemeentelijk bestuur te realiseren. Dit commitment is van fundamenteel belang om bestuurskrachtig de nodige financiële ombuigingen te realiseren en tevens effectief beleid te voeren op de maatschappelijke vragen en gemeenschappelijke ambities van de raad. Gezien de landelijke economische situatie en het onzekere toekomstperspectief daarvan zien alle fracties de grote ombuigingsoperaties als het majeure punt bij de coalitievorming. Een sluitende meerjarenbegroting wordt door alle partijen gewenst, waarbij ze oog hebben voor de eventuele nadelige effecten van de ombuigingen. De eventuele inbreuk op de leefbaarheid is daarbij een punt van zorg voor alle gesprekspartners waarbij de grens niet voor allen dezelfde is.

Naast een sterke coalitie heb ik in de gesprekken ook het punt van een sterke oppositie aangekaart. Daaruit blijkt dat een meerderheid van de fracties inderdaad kiest voor een krachtige oppositie, die voor een levendige lokale democratie en een adequaat functionerende raad in al zijn rollen nodig is.

Het aantal van 3 wethouders wordt over het algemeen door fracties als optimaal ervaren. De collegevarianten met 2 respectievelijk 4 (deeltijd)wethouders wordt door het merendeel van de fracties afgewezen. Uitgaande van het principe van een college met 3 wethouders én het in aantallen uitgedrukt breedste draagvlak is een coalitie OB, PvdA en CDA denkbaar. Twee fracties hebben ook die wens uitgesproken. Alle fracties geven echter aan dat de animositeit tussen vertegenwoordigers van OB en PvdA als niet wenselijk wordt ervaren. Over het algemeen overheerst het gevoel dat het de Opsterlandse politiek zowel inhoudelijk als naar buiten toe geen goed doet. Een nieuw te vormen college zou bij voorkeur voor de volledige raadsperiode van 4 jaar collegiaal gedragen moeten worden door de coalitiepartijen.

De overige vijf fracties hebben daarom, rekening houdend met de verkiezingsuitslag, de voorkeur voor een nieuw te vormen coalitie zonder de PvdA uitgesproken. Wanneer OB en PvdA beiden wél deel uit zouden maken van de nieuw te vormen coalitie, dienen, volgens een aantal fracties, de onderlinge verschillen tussen deze partijen indringend te worden onderzocht, vervolgens tussen beide partijen besproken en moeten er aansluitend persisterende werkbare oplossingen worden gevonden voordat het nieuwe college van start kan. Tevens is aangegeven dat in dat geval door de coalitiepartijen een structuur gevonden moet worden, waarmee de verhoudingen binnen de coalitie gedurende de volle collegeperiode gevolgd en gecoacht kan worden.

In het licht van de historie van de PvdA in Opsterland en het feit dat enkele partijen voortzetting van de vorige coalitie als eerste keus opgaven is mogelijkheid van een coalitie met een zo breed mogelijk draagvlak en 3 wethouders bestaande uit OB, PvdA en het CDA nader onderzocht. Daarbij is uit de gesprekken gebleken dat er persoonlijke, cultureel bepaalde en programmatische verschillen bestaan tussen OB en PvdA.

De persoonlijke, politiek-culturele en programmatische verschillen lijken niet op korte termijn oplosbaar. Of de persoonlijke en politiek-culturele verschillen, die mede geleid hebben tot de animositeit in het verleden, tot werkbare proporties zijn terug te brengen voor de komende jaren hangt in sterke mate af van persoonlijke bereidheid van individuele fractieleden en het vermogen van beide fracties om dat gedurende de komende jaren te incorporeren in beider fractiecultuur. De uitkomst daarvan lijkt een lastig proces, niet onmogelijk, maar wel een traject dat veel tijd en energie vergt, waarvan de uitkomst op voorhand niet voorspelbaar is. Gelet op de economische situatie en de noodzakelijke maatregelen moet de coalitie echter snel aan de slag en kunt u zich geen inwerktijd permitteren. Ook al zou ingezet worden op een dergelijk traject, dan blijkt uit de gesprekken met deze beide partijen en andere fracties dat een coalitie met de PvdA niet kan rekenen op voldoende draagvlak.

Uit de gesprekken met de meeste fracties is gebleken dat een coalitie OB — CDA met een tweemansfractie de voorkeur heeft. Daarbij zijn er drie mogelijkheden:

OB-CDA-CU

OB-CDA-VVD

OB-CDA-OL 

De laatste combinatie is slechts vanuit één fractie genoemd en kan dus niet rekenen op voldoende draagvlak. Uit de door mij gevoerde gesprekken blijkt ook de combinatie met de VVD getalsmatig niet op een meerderheid in de raad te kunnen rekenen. Dat geldt wel voor de combinatie met de CU. Naast dit getalsmatige verschil is het programmatische onderscheid ook relevant. De CU heeft zowel in het verkiezingsprogramma als in de ideeën over de ombuigingen meer verwantschap met OB en CDA.

Dit spectrum overziend, adviseer ik u een college te vormen bestaande uit OB — CDA en CU. Met deze keuze wordt ook voldaan aan de behoefte om een sterke oppositie in de raad te realiseren.

Ik beschouw hiermee mijn opdracht als informateur als afgerond en wens u succes met de formatie van het nieuwe college en het opstellen van een coalitieakkoord.

 

Met vriendelijke groet,

 

Han Hage


 

 

 

Coalitie Opsterland in de steigers (Persbericht)

 

De coalitiebesprekingen in Opsterland zijn afgerond. Tijdens de raadsvergadering van 10 mei 2010 zullen de nieuwe wethouders worden benoemd en beëdigd. Burgemeester Francisca Ravestein krijgt drie wethouders aan haar zijde, te weten Klaas de Boer (Opsterlands Belang), Wietze Kooistra (CDA) en Rob Jonkman (ChristenUnie). Tijdens deze raadsvergadering staat ook het coalitieakkoord op de raadsagenda.

 

Onder de titel ‘Samen werken aan welzijn’ hebben de drie partijen een akkoord op hoofdlijnen geschreven. Belangrijke punten in dit akkoord zijn de bezuinigingsvoorstellen die oplopen tot 3 miljoen euro per jaar, de invoering van dorpsbudgetten, meer zeggenschap voor de dorpen, een ondernemersloket en het invoeren van een selectieve vacaturestop voor de gemeentelijke organisatie.

 

De nieuwe coalitie heeft een slanke en flexibele gemeentelijke organisatie voor ogen, waarin de dienstverlening hoog op de agenda staat. Een interactieve en actuele website is in dit verband één van de actiepunten. De invoering van toeristenbelasting is nieuw voor Opsterland. De opbrengst van deze belasting wordt ingezet om de recreatieve en de toeristische sector te stimuleren. De ontwikkeling van de toeristische sector wordt gezien als één van de belangrijkste ontwikkelings-mogelijkheden van de gemeente Opsterland.

 

De coalitie maakt zich sterk voor een zelfstandig Opsterland, voor herindeling ziet men geen noodzaak. Wel gaat men samenwerkingsmogelijkheden met andere gemeenten onderzoeken.